Onderzoek Mariene Ecologie

Zeeuwse rotskusten, ofwel de levensgemeenschappen op harde substraten
Bij landwinning of landbescherming zijn en worden in Nederland rotsachtige materialen gebruikt om de vooroevers te verstevigen. De dijkglooiingen krijgen hierdoor, zowel boven als onder water, het karakter van een rotskust, waar zich een geassocieerde flora en fauna heeft gevestigd.
De flora bestaat uit zoutminnende planten en vooral een grote diversiteit aan zeewieren. De fauna kenmerkt zich met een grote diversiteit aan vissen, schaal- en schelpdieren, stekelhuidigen, anemonen, sponzen, hydroidpoliepen, mosdieren, zakpijpen en andere groepen.






Afhankelijk van de milieuomstandigheden ter plaatse (substraat, stroming, zoutgehalte, zwevend stof, voedselaanbod, temperatuur, sedimentatie-erosie) ontwikkelen zich levensgemeenschappen: flora en fauna die simultaan onder dezelfde omstandigheden voorkomen. Zeeland kent diverse zoute watersystemen en binnen deze watersystemen komen weer diverse specifieke levensgemeenschappen voor. Zij vertegenwoordigen dan ook een belangrijk onderdeel van het mariene ecosysteem.
Medewerkers van Zeeschelp houden sinds 1985 een ononderbroken monitoring bij van deze levensgemeenschappen op de harde substraten. Met deze dataset kunnen we aanpassingen, introducties of ingrepen in het watersysteem evalueren ten opzichte van de oorspronkelijke situatie sinds de completering van de deltawerken.
Voorbeelden zijn de effecten van een veranderd regime van de spuisluis in de Brouwersdam in de Grevelingen en de invloed van de Katse Heule op het Veerse Meer, dat nu in permanente verbinding staat met de Oosterschelde. In de afgelopen jaren zijn er diverse monitoringen voor Rijkswaterstaat Zeeland uitgevoerd, de foto’s geven een beeld van enkele levensgemeenschappen in het Veerse Meer uit jaren 2008 tot en met 2011.

2008 2009

2010 2011
In 2010 zijn tevens enkele filmbeelden opgenomen.
Sinds 1985 hebben uitermate veel exoten hun intrede gedaan in Zeeuwse wateren, de opkomst van sommige exoten is zodanig dat deze soorten dominanter zijn geworden dan de oorspronkelijke soorten. Voorbeelden zijn de Japanse oester, veel soorten zakpijpen, zeewieren etc.
Het gebruik van secundaire bouwmaterialen (zoals staalslakken) bij de versteviging van de vooroevers in Ooster- en Westerschelde wordt geëvalueerd ten opzichte van primaire bouwmaterialen (natuursteen). De aangroei, successie, sedimentatie en de ontwikkeling van levensgemeenschappen op zowel primaire als secundaire bouwmaterialen wordt gevolgd, al voordat dijkvakken met deze materialen worden bestord. Ook de gemeenschappen in de wierzone passen zich aan de nieuwe te gebruiken materialen aan, naast ecoblokken is ook veel asfalt gebruikt bij de dijkverstevigingen en tusen deze substraten ontstaan verschillen in bedekking aan wieren. Naast de langlopende monitoring op bestaande substraten, levert het monitoren van nieuwe, onbegroeide substraten unieke pioniergemeenschappen op, zodat we de ecologie van deze pioniersoorten op verschillende substraten beter begrijpen en na verloop van tijd een uitspraak kunnen doen of er ecologische verschillen als gevolg van substraat ontstaan.
Kwallenmonitoring
Kwallen zijn één van de oudst aanwezige complexe levensvormen en komen kosmopolitisch voor. In de afgelopen 10-15 jaar is een toename in dichtheden te zien, in allerlei typen kust- en zeewater. Ook in de Zeeuwse wateren komen ’s zomers hoge dichtheden aan kwallen voor en kunnen door recreanten en vissers als hinderlijk worden ervaren.
Als voorlichting is een folder samengesteld over kwallen in de Zeeuwse Delta (klik hier voor pdf). Rijkswaterstaat Zeeland besloot in 2009 tot een monitoring van kwallen in het Veerse Meer, die in een samenwerkingsverband tussen Zeeschelp en NIOO-CEME wordt uitgevoerd.
In 2009-2010 zijn twee soorten schijfkwallen gevonden (de oorkwal en de haarkwal), drie soorten ribkwallen (de Amerikaanse ribkwal, het zeedruifje en de meloenkwal) en vrijzwemmende hydromedusen van vier soorten hydroidpoliepen die op de harde substraten in de Deltawateren voorkomen. De oorkwal en de Amerikaanse ribkwal waren veruit de meest voorkomende soorten, met dichtheden tot maximaal 18 en 3 exemplaren per m3 gemiddeld over het gehele Veerse Meer.

Deze twee soorten zijn niet netelend voor mensen. Het voedsel van deze kwallen bestaat uit kleine planktonische dieren waaronder viseieren en vislarven, kleine visjes, vrijzwemmende kreeftachtigen en larven van schelpdieren en andere bodemdieren. Het is niet bekend wat de gevolgen van de aanhoudende kwallenbloei voor het ecosysteem zijn. Effecten van massale ontwikkelingen van kwallen op de Nederlandse mariene ecosystemen zijn nog niet onderzocht.
Vismigratie tussen Oosterschelde en Volkerak-Zoommeer
In 2009 en 2010 heeft Rijkswaterstaat de Proef natuurlijk sluisbeheer uitgevoerd, in samenwerking met natuurorganisaties, de schelpdiersector en de Provincie Zeeland. Het beheer van de Bergsediepsluis en de Krammersluizen is tijdelijk aangepast, zodat er tijdens laag water een extra hoeveelheid zoet water is gespuid en bij opkomend water korte tijd zout water richting Volkerak-Zoommeer kon stromen. Tijdens deze proef is onderzocht welk effect het aangepaste sluisbeheer heeft op de trek van vissen, op de waterkwaliteit voor en achter de sluizen en op de groei van schelpdieren.



In samenwerking met beroepsvisser Kooistra hebben we de vismonitoring verzorgd, waarbij de vistrek door de sluizen is gemeten, vanaf vroeg voorjaar (februari) tot vroeg in de zomer (juni), soms tot diep in de nacht. Het is inspirerend om te zien wanneer en hoe de verschillende soorten vis voor de sluisdeuren arriveren en door de sluizen trekken. Typische diadrome vissen (migrerend tussen zoet en zout) zoals Bot, Paling, Glasaal, Dunlipharder en Driedoornige stekelbaars zijn door de tijdelijke openingen van de sluisdeuren gezwommen. In fuikvangsten voor en achter de sluizen zijn tevens Zeeforel en Zeeprik aangetroffen. Deze vangsten geven aan dat vismigratie mogelijk is geworden met een aangepast sluisbeheer.
Zouttolerantie van Beekforel t.b.v. uitzet in het Veerse Meer
Sportvisserij Zuidwest Nederland heeft het project ‘Forelvissen in het Veerse Meer, Sportvissen als toeristisch product’ in voorbereiding. In de jaren 80 en 90 is regenboogforel en beekforel in het toen nog brakke Veerse Meer uitgezet voor de sportvisserij. Het Veerse Meer gold als beste forellenstek in het buitenwater van Nederland. Eind jaren 90 en begin jaren 2000 waren de omstandigheden voor forel in het Veerse Meer niet meer optimaal, wat echter veranderde sinds de Katse Heule water uit het Veerse Meer met de Oosterschelde uitwisselt. Als voorbereidende fase voor het huidige project is een zoet-zout transfer uitgevoerd met gekweekte beekforel, waarbij de vis stapsgewijs naar zout water is gebracht. Het zoutgehalte in het Veerse Meer is namelijk hoger geworden en de vis kan hier anders op reageren. De resultaten van deze studie worden gebruikt om te evalueren of men wederom tot een uitzetting van beekforel in het Veerse Meer wil overgaan.
Visinventarisatie 2011 binnendijkse Zeeuwse wateren
In de nazomer van 2011 is, in samenwerking met Grontmij, een visinventarisatie uitgevoerd in binnendijkse watergangen van Schouwen-Duiveland, Sint Philipsland, Zuid-beveland, Walcheren en Zeeuws Vlaanderen. Deze gegevens gebruikt het Waterschap Schelde Stromen om te toetsen of deze wateren voldoen aan de Kaderrichtlijn water. Zeeland herbergt een scala aan watergangen met alle mogelijke gradaties en gradienten in zoet en zout water.


Dit heeft uiteraard veel invloed op de visstand, en als de omstandigheden voor vismigratie aanwezig zijn worden binnendijks de typische vissoorten gevonden die kunnen leven op de grens van zout en zoet water, zoals Haring, Koornaarvis, Bot, Dunlipharder, Driedoornige stekelbaars, Brakwatergrondel en uiteraard Paling. Ook komen typische zoetwatersoorten in de Zeeuwse sloten voor, zoals Snoek, Baars, Kolblei, Brasem, Blankvoorn, Ruisvoorn, Giebel. Bij licht brakke omstandigheden komen Karper en Snoekbaars regelmatig voor.
Vissenatlas Zeeland

De grote variateit tussen zoet en zout in de binnendijkse watergangen vindt je door heel Zeeland, en gegevens van de visstand zijn lastig toegankelijk omdat deze nog versnipperd is. Het idee is om een Vissenatlas van Zeeland samen te stellen, we hebben de dataset in de afgelopen jaren al aardig compleet weten te krijgen door alle gerapporteerde gegevens te achterhalen bij verschillende partijen, we moeten nog wel wat witte vlekken in kaart brengen, en vervolgens alles in tekst en beeld vatten. Dit project is er echter een voor ‘de avonduren’, en dan kan het wel eens even duren voordat het wordt afgerond. Geef ons echter een goede reden en we pakken het ongetwijfeld weer op.